Al voor 1940 was er asperge in Grubbenvorst, maar na de oorlog brak het witte goud pas echt goed door. De schrale Grubbenvoster zandgronden waren een perfecte voedingsbodem voor de asperges. Voortrekkers binnen de aspergeteelt waren G.Thielen en G.Vaessen. Er waren rond 1950-1960 zo'n 75 aspergetelers in Grubbenvorst. Samen hadden zij 125-150 hectaren asperges.